Iedere VvE houdt een reservefonds in stand ter bestrijding van andere dan de gewone jaarlijkse kosten (artikel 5:126 lid 1 BW). Denk aan schilderwerk, een nieuw dak of het vervangen van kozijnen.
Voor een woongebouw reserveert de VvE jaarlijks minstens het bedrag uit een meerjarenonderhoudsplan dat hooguit vijf jaar oud is en minstens tien jaar vooruitkijkt, of minstens 0,5% van de herbouwwaarde (artikel 5:126 lid 2 BW). Er is geen uitzondering voor kleine VvE's.
Het geld moet op een aparte betaal- of spaarrekening op naam van de VvE staan. Daarvan afwijken kan alleen bij reglement, met een besluit van minstens vier vijfde van alle stemmen, of met een bankgarantie (artikel 5:126 lid 3 BW). Bij verkoop van een appartement vermeldt de verklaring van het bestuur de omvang van het reservefonds (artikel 5:122 lid 6 BW).
Zie ook: Meerjarenonderhoudsplan (MJOP), Herbouwwaarde, VvE-bijdrage (voorschotbijdrage), Begroting, Verklaring bij verkoop (5:122-verklaring)
Lees meer: Hoeveel moet jouw VvE sparen?, VvE met twee appartementen
Wettelijke basis: Boek 5 BW, art. 5:122, 5:126, Rijksoverheid: hoeveel geld moeten vve's reserveren?